Ik heb een behoorlijk arsenaal aan flauwe moppen. Echt flauwe moppen. Het soort waarvan kinderen soms meteen doorhebben wat ik aan het doen ben. Dan krijg ik al eens te horen: “Jij weet gewoon dat dat werkt.” Om er vervolgens aan toe te voegen dat het eigenlijk wel plezant is.
Het grappige is dat ze meestal niet eens lachen met mijn mop. Ik begin zelf te lachen met mijn eigen flauwe grap en vaak beginnen de kinderen gewoon mee te lachen met mij. Niet omdat ik gevraagd heb om eens mooi te lachen voor de foto, maar omdat lachen nu eenmaal aanstekelijk kan zijn en er op dat moment iets ontstaat tussen ons.
Dat vind ik veel interessanter dan een kind vragen om een glimlach op te zetten. Ik zoek liever naar interactie waarop een kind spontaan reageert. Bij het ene kind werkt mijn flauwe humor fantastisch, bij het andere helemaal niet. Dan probeer ik ook niet koppig mop nummer twaalf boven te halen, maar kijk ik naar wat bij dat kind wél aanslaat.
Daar komt mijn achtergrond als taalcoach nog altijd van pas. Ik ben getraind om interactie uit te breiden en aan te sluiten bij wat een kind zegt, doet of interessant vindt. Als gedragsdeskundige kijk ik ondertussen ook naar de reactie van het kind. Vindt het dit leuk? Komt er meer contact? Ontspant het? Of vertelt het gedrag mij net dat ik beter een andere ingang zoek?
Ik wil namelijk niet koste wat het kost een lach produceren voor mijn camera. Soms is een ondeugende blik, een klein lachje of een gezicht dat helemaal opgaat in het spel veel meer jouw kind dan een grote glimlach.
Maar als mijn verschrikkelijk flauwe mop ervoor zorgt dat ik zelf in de lach schiet en je kind vervolgens met mij begint mee te lachen? Dan blijf ik die met veel plezier vertellen.
